Empirische en pre-emptive therapie

Adviezen

≥ 18 jaar

caspofungine iv oplaaddosis 70mg, 50mg 1dd

Neutropenische patiënten met onverklaarde koorts

voriconazol iv 6mg/kg 2dd 1 dagen
gevolgd door
voriconazol iv 4mg/kg 2dd

Neutropenische patiënten met onverklaarde koorts

ambisome iv 3mg/kg 1dd

Neutropenische patiënten met onverklaarde koorts

voriconazol iv 6mg/kg 2dd 1 dagen
gevolgd door
voriconazol iv 4mg/kg 2dd

Neutropenische patiënten met onverklaarde koorts, aanwijzingen Aspergillus

ambisome iv 3mg/kg 1dd

Neutropenische patiënten met onverklaarde koorts, mogelijk Zygomycose

12 maanden - 18 jaar

of
ambisome iv 3mg/kg 1dd
of
abelcet iv 5mg/kg 1dd

Neutropenische patiënten met onverklaarde koorts

Opmerkingen

Intensive care patiënten met onverklaarde sepsis
De indicatie voor empirische therapie bij verdenking op candidemie bij niet-neutropenische patiënten is controversieel. Empirische therapie kan in geselecteerde gevallen worden overwogen. Bij keuze voor empirische antifungale therapie gelden de keuzecriteria zoals vermeld in het hoofdstuk Candidemie.

Bron

Type: 
SWAB richtlijn (link naar richtlijnen van swab.nl)
Link - SWAB: 
off
Frontpage: 

Antimicrobiële Middelen

De volgende antimicrobiële middelen zijn in deze adviezen gebruikt: