Wanneer switchen naar oraal?

- Patiënt moet hemodynamisch stabiel zijn. Tevens moeten de tekenen en verschijnselen van de infectie aan het verbeteren zijn en de temperatuur en een evt. leukocytose moeten een duidelijke tendens tot normaliseren vertonen.

- Met het orale regime moeten ter plekke van de infectie voldoende hoge spiegels bereikt worden.

  Dit betekent dat orale therapie meestal onmogelijk is in geval van: 

  • meningitis, intracraniële abcessen
  • endocarditis
  • ernstige weke-delen infecties, zoals bijv. groep-A-streptokokken infecties
  • mediastinitis
  • infecties van/met kunstmateriaal, o.a. lijnsepsis
  • S. aureus bacteriëmie
  • Pseudomonas sepsis (in overleg)
  • Legionella pneumonie
  • cystic fibrosis
  • ongedraineerde abcessen en empyeem
  • bij diepe neutropenie (granulocyten < 500 mm3) verdient intraveneuze therapie de voorkeur.

   Bij leverabcessen, gedraineerde empyemen, osteomyelitis en artritis kan evt. in overleg na twee weken worden overgegaan op orale medicatie.

- Patiënt moet in staat zijn medicatie in te nemen, en er mogen geen aanwijzingen zijn voor malabsorptie.

  • Gelijktijdige inname van aluminium- of magnesiumbevattende antacida, sucralfaat, calcium-, bismut-, zink- en ijzerzouten en polymere fosfaatbinders (sevelameer, lanthaancarbonaat) verminderen de resorptie van ciprofloxacine, moxifloxacine en tetracyclines.
  • ​Het gebruik van hoge dosering of sterk werkzame opiaten kan de opname van antibiotica vertragen.

- Met inachtneming van bovengenoemde is een switch meestal verantwoord na twee tot drie dagen intraveneuze therapie.  

Bron 

Vroege omzetting van intraveneuze naar orale antibiotica: 'switchtherapie'. Sevinç F, Prins JM, Koopmans RP, Langendijk PNJ, Dankert J en Speelman P. Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143:2364-9.